Woordenschat
163 woorden · pagina 4 van 7
de vertragingA2
delay
De trein heeft tien minuten vertraging.
de vertrekhalA2
departures hall
We spreken af in de vertrekhal.
vertrekkenA2onregelmatig
vertrok · vertrokken · zijn vertrokken
to depart
De trein vertrekt over vijf minuten.
de vertrektijdA2
departure time
Wat is de vertrektijd van de trein?
vertrouwenA1
vertrouwde · hebben vertrouwd
to trust
Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.
het vertrouwen
trust, confidence
Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.
zich vervelenA2wederkerend
verveelde · hebben verveeld
to be bored
De kinderen vervelen zich in de vakantie.
verwachtenA1
verwachtte · hebben verwacht
to expect
We verwachten hem om zes uur.
de verwachtingA2
expectation
De verwachting is dat het morgen regent.
de verwarmingA2
heating
Zet de verwarming wat lager.
verwijzenA2onregelmatig
verwees · verwezen · hebben verwezen
to refer
De auteur verwijst naar eerder onderzoek.
verzamelenA2
verzamelde · hebben verzameld
to collect
Hij verzamelt oude postzegels.
de verzekeringA2
insurance
Heb je een verzekering voor je fiets?
verzettenA2
verzette · hebben verzet
to move, to reschedule (an appointment)
Kunnen we de afspraak naar vrijdag verzetten?
zich verzettenwederkerend
to resist, to oppose
Veel bewoners verzetten zich tegen het plan.
zich vestigenA2wederkerend
vestigde · hebben gevestigd
to settle
Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.
viaA2
via, through
Ik heb het nieuws via een vriendin gehoord.
de videoA1
video
Ik heb een korte video van het feest gemaakt.
vierA1
four
Wij wonen op nummer vier.
vierdeA1
fourth
Dit is mijn vierde les.
vierenA2
vierde · hebben gevierd
to celebrate
We vieren zaterdag de verjaardag van onze zoon.
vierkantA1
square (shape)
Het plein is bijna vierkant.
viesA1
dirty
Je schoenen zijn vies.
disgusting, nasty (of taste or smell)
Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.
vijfA1
five
Het kost vijf euro.
vijfdeA1
fifth
Neem de vijfde straat links.
vijftigA1
fifty
Ik betaal met een briefje van vijftig.
vindenA1onregelmatig
vond · vonden · hebben gevonden
to find; to think (of)
Ik kan het niet vinden.

