Woordenschat
69 woorden · pagina 3 van 3
treinA2
train
De trein naar Amsterdam vertrekt zo.
treinkaartjeA2
train ticket
Koop je treinkaartje van tevoren.
treinreisA2
train journey
De treinreis duurt anderhalf uur.
treinstoringA2
train disruption
Door een treinstoring reden er geen treinen.
trouwenA1
to marry
Zij gaan in juni trouwen.
trouwensA2
by the way
Trouwens, heb je die brief al gelezen?
tuinA1
garden
We hebben een kleine tuin achter het huis.
tuinonderhoudA2
garden maintenance
Het tuinonderhoud doen we zelf.
tuinpadA1
garden path
Het tuinpad ligt vol bladeren.
tuinstoelA1
garden chair
De tuinstoelen staan in de schuur.
tunnelA2
tunnel
Door de tunnel ben je er sneller.
tussenA1
between
De winkel zit tussen de bank en het café.
twaalfA1
twelve
We eten om twaalf uur.
tweeA1
two
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
second
Neem de tweede straat rechts.
tweedehandsA2
second-hand
Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.
tweelingA1
twins
Zij heeft een tweeling gekregen.
twintigA1
twenty
Het kost twintig euro.
typischA2
typical
Dat is typisch Nederlands.

