Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

91 woorden · pagina 3 van 4

  • de tipA2

    tip, hint

    Heb jij een goede tip voor een goedkoop restaurant?

  • tochA1

    still, anyway

    Het was koud, maar we gingen toch.

  • de toekomstA2

    future

    In de toekomst wil ik verpleegkundige worden.

  • toenA2

    when (past); then

    Toen ik klein was, woonde ik in een dorp.

  • de toeslagA2

    allowance, benefit

    Je kunt bij de Belastingdienst een toeslag aanvragen.

  • toestaanA2scheidbaaronregelmatig

    stond toe · stonden toe · hebben toegestaan

    to allow

    Honden zijn hier niet toegestaan.

  • toevalligA2

    by chance, coincidentally

    Ik zag mijn oude leraar toevallig in de supermarkt.

  • het toiletA1

    toilet

    Waar is het toilet?

  • de tomaatA1

    tomato

    Doe een tomaat in de salade.

  • de tongA1

    tongue

    Steek uw tong uit, zegt de dokter.

  • de toonA2

    tone

    Zijn toon was nogal onvriendelijk.

  • totA1

    until, up to

    De winkel is open tot zes uur.

  • tot ziensA1

    goodbye

    Tot ziens, fijne dag nog!

  • het touwA1

    rope, string

    Bind de doos vast met touw.

  • de trainerA2

    coach, trainer

    De trainer van het voetbalteam is heel streng.

  • de trainingA2

    training (session)

    Op woensdag heb ik training bij de hockeyclub.

  • trakterenA2

    trakteerde · hebben getrakteerd

    to treat (someone)

    Op je verjaardag trakteer je op gebak.

  • de tramA2

    tram

    Neem tram 4 naar het centrum.

  • de trapA1

    stairs

    De trap is erg steil.

  • de treinA2

    train

    De trein naar Amsterdam vertrekt zo.

  • het treinkaartjeA2

    train ticket

    Koop je treinkaartje van tevoren.

  • de treinreisA2

    train journey

    De treinreis duurt anderhalf uur.

  • de treinstoringA2

    train disruption

    Door een treinstoring reden er geen treinen.

  • trotsA1

    proud; pride

    Ze is trots op wat ze bereikt heeft.

  • trouwenA1

    trouwde · zijn getrouwd

    to marry

    Zij gaan in juni trouwen.