EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

169 woorden · pagina 2 van 7

  • schoonmakenA2

    to clean

    Op zaterdag maak ik het huis schoon.

  • schoonmoederA1

    mother-in-law

    Mijn schoonmoeder komt zondag eten.

  • schoonvaderA1

    father-in-law

    Mijn schoonvader helpt vaak in de tuin.

  • schoonzoonA1

    son-in-law

    Haar schoonzoon werkt in de bouw.

  • schoonzusA1

    sister-in-law

    Mijn schoonzus komt uit Italië.

  • schoorsteenA1

    chimney

    Uit de schoorsteen komt rook.

  • schouderA1

    shoulder

    Mijn schouder doet pijn.

  • schriftA2

    exercise book

    Schrijf de nieuwe woorden in je schrift.

  • schriftelijkB1

    written

    Het examen bestaat uit een schriftelijk deel.

  • schrijfstijlB1

    writing style

    Zijn schrijfstijl is helder en kort.

  • schrijftaalB1

    written language

    Schrijftaal is formeler dan spreektaal.

  • schrijfvaardigheidB1

    writing skill

    Schrijfvaardigheid oefen je door veel te schrijven.

  • schrijvenA2

    to write

    Schrijf je naam op het formulier.

  • schuldA2

    debt

    Hij heeft schulden bij de bank.

  • schuldeiserB1

    creditor

    De schuldeiser wil een betalingsregeling.

  • schuurA1

    shed

    De fietsen staan in de schuur.

  • secondeA1

    second

    Wacht één seconde.

  • seizoenB1

    season

    De herfst is mijn favoriete seizoen.

  • seizoensgroenteB1

    seasonal vegetables

    Seizoensgroente is goedkoper en verser.

  • seizoenswisselingB1

    change of seasons

    Bij de seizoenswisseling word ik vaak verkouden.

  • septemberA1

    September

    De school begint weer in september.

  • servetA2

    napkin

    Er liggen servetten op tafel.

  • servicekostenA2

    service charges

    De servicekosten komen boven op de huur.

  • shirtA1

    shirt

    Hij draagt een wit shirt.

  • sinaasappelA1

    orange

    Ik pers elke ochtend een sinaasappel.