Woordenschat
Filters1
Onderwerpen
86 woorden · pagina 2 van 4
reisgidsB1
travel guide
In de reisgids staan alle bezienswaardigheden.
reiskostenA2
travel expenses
De reiskosten worden vergoed.
reiskostenvergoedingB1
travel allowance
Krijg je een reiskostenvergoeding van je werk?
reisorganisatieB1
tour operator
De reisorganisatie regelt het hotel.
reisplanB1
travel plan
Ons reisplan is nog niet definitief.
reisplannerB1
journey planner
Met de reisplanner zoek je de snelste route.
reisplanningB1
trip planning
Doe je reisplanning de avond ervoor.
reisschemaB1
travel schedule
Ons reisschema staat in de app.
reistijdA2
travel time
De reistijd is ongeveer een uur.
reisverslagB1
travel report
Ze schreef een reisverslag voor de krant.
reisverzekeringA2
travel insurance
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
reizenA1
to travel
Ik reis elke dag met de trein.
rekenenA2
to calculate
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
rekeningA2
bill; bank account
De rekening komt volgende week.
rekeningnummerA2
account number
Geef je rekeningnummer door.
rekeningoverzichtB1
account statement
Op het rekeningoverzicht zie je alles terug.
remmenB1
to brake
Bij regen moet je eerder remmen.
rennenA1
to run
De kinderen rennen door de tuin.
renteA2
interest (rate)
De rente op de spaarrekening is laag.
rentetariefB1
interest rate
Het rentetarief van deze lening is hoog.
reparatieA2
repair
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
reserverenB1
to reserve, to book
Je moet vooraf een plaats reserveren.
restaurantA2
restaurant
We gaan uit eten in een Italiaans restaurant.
restjeA2
leftovers
Van de restjes maak ik morgen soep.
resultaatB1
result
Het resultaat viel tegen.

