Woordenschat
Filters1
66 woorden · pagina 2 van 3
rekenenA2
rekende · hebben gerekend
to calculate
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
de rekeningA2
bill; bank account
De rekening komt volgende week.
het rekeningnummerA2
account number
Geef je rekeningnummer door.
de relatieA1
relationship
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.
rennenA1
rende · hebben/zijn gerend
to run
De kinderen rennen door de tuin.
de renteA2
interest (rate)
De rente op de spaarrekening is laag.
de reparatieA2
repair
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
reparerenA2
repareerde · hebben gerepareerd
to repair
Kun jij mijn fiets morgen voor me repareren?
de republiekA2
republic
Sommigen pleiten voor een republiek.
het respectA2
respect
Met respect kom je verder dan met macht.
de restA2
rest, remainder
De rest van de dag blijf ik lekker thuis.
het restaurantA2
restaurant
We gaan uit eten in een Italiaans restaurant.
het restjeA2
leftovers
Van de restjes maak ik morgen soep.
het resultaatA1
result
Het resultaat viel tegen.
retournerenA2
retourneerde · hebben geretourneerd
to return (goods)
Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.
de retourzendingA2
return shipment
De retourzending is gratis.
zich richtenA1wederkerend
richtte · hebben gericht
to be aimed at, to focus on
De cursus richt zich op beginners.
de richtingA2
direction
Je moet de andere richting op.
de rijA2
queue, line
Er staat een lange rij bij de kassa.
rijdenA2onregelmatig
reed · reden · hebben/zijn gereden
to drive, to ride
Hij rijdt elke dag naar zijn werk.
rijkA1
rich
Zij komt uit een rijke familie.
de rijstA1
rice
We eten vanavond rijst met groente.
de ringA2
ring
Hij kocht een gouden ring voor zijn vriendin.
de rivierA2
river
De rivier loopt door de stad.
roepenA1onregelmatig
riep · riepen · hebben geroepen
to call, to shout
Roep me als je klaar bent.

