Woordenschat
Filters2
99 woorden · pagina 1 van 4
het paarA1
a few, pair
Ik blijf nog een paar dagen.
het paardA2
horse
Het paard graast in de wei.
het padA2
path
Volg het smalle pad door het bos.
de paginaA2
page (also web page)
Open je boek op pagina vijftig.
het pakA2
suit; pack, carton
Hij draagt een donker pak naar de bruiloft.
het pakjeA1
parcel, packet
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
de panA2
pan, pot
Doe de groente in de pan.
de papaA1
dad
Papa brengt ons morgen met de auto naar school.
het papierA1
paper
Schrijf het op een blaadje papier.
de paprikaA1
bell pepper
Snijd de paprika in reepjes.
de parapluA1
umbrella
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
het parkA1
park
We wandelen graag in het park.
het parkeerbeleidB1
parking policy
Het parkeerbeleid in de stad is streng.
de parkeerplaatsB1
parking space
Er is geen parkeerplaats vrij.
het parkeertariefB1
parking fee
Het parkeertarief in het centrum is hoog.
de parkeervergunningB1
parking permit
In het centrum heb je een parkeervergunning nodig.
het parlementA2
parliament
Het parlement stemde over het wetsvoorstel.
de participatieverklaringA2
participation declaration
De participatieverklaring hoort bij de inburgering.
de partijB1
(political) party
Op welke partij ga jij bij de verkiezingen stemmen?
de partnerA1
partner
Mijn partner werkt in het onderwijs.
pasA2
only (not until); just
De winkel gaat pas om tien uur open.
de pas
card (bank card), pass
Betaal je met je pas of contant?
de pastaA1
pasta
Vanavond maak ik pasta.
de patatA1
chips, fries
Op vrijdag eten we patat.
de patiëntB1
patient (under treatment)
De patiënt is goed hersteld.
het patiëntendossierB1
patient file
U mag uw patiëntendossier inzien.

