Woordenschat
Filters1
Onderwerpen
93 woorden · pagina 2 van 4
onrustigA2
restless
Ik sliep onrustig voor het examen.
ontbijtA2
breakfast
Ik sla het ontbijt nooit over.
ontbijtenA2
to have breakfast
Wij ontbijten om zeven uur.
ontdekkenA2
to discover
Ik ontdekte een fout in het formulier.
onthoudenA2
to remember, to memorise
Ik kan die naam nooit onthouden.
ontmoetenA2
to meet
Ik heb haar op een cursus ontmoet.
ontmoetingsplekB1
meeting place
Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.
ontslaanA2
to dismiss, to fire
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
ontspannenB1
to relax
In het weekend probeer ik te ontspannen.
ontspanningB1
relaxation
Lezen is voor mij pure ontspanning.
ontvangenA2
to receive
Ik heb je bericht ontvangen.
ontvangerB1
recipient
De ontvanger van de brief was verhuisd.
ontwikkelingB1
development
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
oogA1
eye
Er zit iets in mijn oog.
oogartsA2
ophthalmologist
De huisarts stuurde mij naar de oogarts.
oogstB1
harvest
De oogst viel dit jaar tegen.
ookA1
also, too
Ik kom ook mee.
oomA1
uncle
Mijn oom woont in Duitsland.
oorA1
ear
Mijn oor doet pijn.
oorpijnA2
earache
Het kind heeft oorpijn.
opA1
on
Het boek ligt op tafel.
opaA1
grandfather
Mijn opa vertelt graag verhalen.
opbellenA2
to call up
Ik bel je morgen op.
opbergenA2
to put away, to store
Berg je spullen op in de kast.
opdrachtA2
assignment, order
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.

