EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

36 woorden · pagina 1 van 2

  • naA1

    after

    Na het eten gaan we wandelen.

  • naamA1

    name

    Wat is jouw naam?

  • naarA1

    to (a place)

    Ik ga naar mijn werk.

  • naastA1

    next to

    Hij zit naast mij.

  • nachtA1

    night

    Vannacht heb ik slecht geslapen.

  • nachtdienstA2

    night shift

    Deze week heb ik nachtdienst.

  • nadenkenA2

    to think over

    Ik moet er nog even over nadenken.

  • nagelA1

    nail

    Mijn nagels zijn te lang.

  • nagerechtA2

    dessert

    Als nagerecht is er ijs.

  • namelijkA2

    namely, you see

    Ik kan niet komen, ik moet namelijk werken.

  • natA1

    wet

    Mijn jas is helemaal nat.

  • neefA1

    cousin (male), nephew

    Mijn neef is even oud als ik.

  • negenA1

    nine

    De winkel opent om negen uur.

  • negentigA1

    ninety

    Hij werd negentig jaar oud.

  • nekA1

    neck

    Ik heb een stijve nek.

  • nemenA1

    to take

    Ik neem de trein van acht uur.

  • nergensA2

    nowhere

    Ik kan het nergens vinden.

  • netA1

    just (a moment ago)

    Hij is net weggegaan.

  • netjesA1

    tidy, neat

    Je kamer ziet er netjes uit.

  • neusA1

    nose

    Mijn neus is verstopt.

  • nichtA1

    cousin (female), niece

    Mijn nicht woont in Rotterdam.

  • niemandA1

    nobody

    Er is niemand thuis.

  • nierA1

    kidney

    Hij heeft problemen met zijn nieren.

  • nietA1

    not

    Ik begrijp het niet.

  • nietsA1

    nothing

    Ik heb niets gezegd.