Woordenschat
Filters1
70 woorden · pagina 2 van 3
de lengteA2
length; height (person)
Wat is je lengte en je gewicht?
de lenteA1
spring
In de lente bloeien de tulpen.
de lepelA1
spoon
Ik eet soep met een lepel.
de leraarA2
teacher
De leraar legt het nog een keer uit.
lerenA1
leerde · hebben geleerd
to learn; to teach
Ik leer nu een jaar Nederlands.
de lesA1
lesson, class
De les Nederlands begint om negen uur.
het lesmateriaalA2
course materials
Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.
het lesroosterA2
class timetable
Het lesrooster hangt bij de ingang.
het lesuurA2
lesson hour
Een lesuur duurt vijftig minuten.
lettenA2
lette · hebben gelet
to pay attention (to), to watch
Wil je even op de kinderen letten?
de letterA1
letter (character)
Schrijf je naam met grote letters.
letterlijkA2
literal(ly)
Neem dat niet te letterlijk.
leukA1
nice, fun
Dat was een leuke avond.
levenA1
leefde · hebben geleefd
to live, to be alive
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
life
Het leven hier is heel anders.
de leveringA2
delivery
De levering duurt drie werkdagen.
de levertijdA2
delivery time
De levertijd is drie werkdagen.
lezenA1onregelmatig
las · lazen · hebben gelezen
to read
Lees de tekst nog een keer.
het lichaamA1
body
Beweging is goed voor je lichaam.
het lichtA1
light
Doe het licht even aan.
light (not heavy); bright
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
het lidA2
member
Ik ben vorig jaar lid geworden van de bibliotheek.
het liedA2
song
De kinderen zingen een lied voor hun juf.
liefA2
sweet, kind, dear
Wat lief dat je bloemen voor me hebt gekocht!
de liefdeA2
love
Hij schreef een brief vol liefde aan zijn vrouw.
liegenA2onregelmatig
loog · logen · hebben gelogen
to lie (tell lies)
Hij zei dat hij ziek was, maar hij loog.
lieverA1
rather, prefer
Ik drink liever thee.

