Woordenschat
Filters2
23 woorden · pagina 1 van 1
haarA1
hair
Zij heeft lang haar.
hagelslagA1
chocolate sprinkles
Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.
hamA1
ham
Ik neem een boterham met ham.
handA1
hand
Was je handen voor het eten.
handdoekA1
towel
De handdoek hangt in de badkamer.
hartA1
heart
Mijn hart klopt snel.
hartslagA1
heartbeat
Mijn hartslag gaat snel na het sporten.
hekA1
fence, gate
Doe het hek achter je dicht.
helftA1
half (the half)
De helft van de klas was ziek.
herfstA1
autumn
In de herfst waait het vaak hard.
hersenenA1
brain
Slaap is belangrijk voor je hersenen.
heupA1
hip
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
hoekA1
corner
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
how long
Hoelang woon je al in Nederland?
hoeveelA1
how much, how many
Hoeveel kost dit?
hongerA1
hunger
Ik heb honger.
honingA1
honey
Doe wat honing in je thee.
hoofdA1
head
Mijn hoofd doet pijn.
horlogeA1
watch
Mijn horloge loopt achter.
huidA1
skin
Bescherm je huid tegen de zon.
huisA1
house
Ik woon in een klein huis.
huisgenootA1
housemate
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
huwelijkA1
marriage, wedding
Hun huwelijk was in juni.

