Woordenschat
Filters1
Onderwerpen
106 woorden · pagina 1 van 5
gaanA1
to go
Ik ga morgen naar Amsterdam.
gangA1
hallway
Zet je schoenen in de gang.
garageA1
garage
De fiets staat in de garage.
garantieA2
warranty
Er zit twee jaar garantie op.
gastheerB1
host
Hij was een uitstekende gastheer.
gastvrijB1
hospitable
Zij zijn heel gastvrij voor bezoek.
gauwA1
soon
Tot gauw!
gebakA1
pastry, cake
Bij de koffie was er gebak.
gebeurenA2
to happen
Wat is er gebeurd?
gebruikA2
use
Het gebruik van de app is gratis.
gebruikelijkA2
customary, usual
Het is hier gebruikelijk om af te spreken.
gebruikenA2
to use
Mag ik je telefoon even gebruiken?
geduldigA2
patient
De docent is heel geduldig.
geelA1
yellow
De bloemen in de tuin zijn geel.
geenA1
no, not a
Ik heb geen tijd.
geïrriteerdA2
irritated
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.
geldA2
money
Ik heb geen geld bij me.
geldadviesB1
financial advice
De gemeente geeft gratis geldadvies.
geldautomaatA2
cash machine, ATM
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
geldbedragA2
sum of money
Vul het geldbedrag in cijfers in.
geldbeheerB1
money management
De gemeente geeft cursussen over geldbeheer.
geldenA2
to apply, to be valid
Deze regel geldt voor iedereen.
geldigB1
valid
Uw paspoort is nog twee jaar geldig.
geldleningB1
money loan
Voor een geldlening moet je je inkomen aantonen.
geldreserveB1
cash reserve
Houd altijd een kleine geldreserve achter de hand.

