Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

99 woorden · pagina 2 van 4

  • geldenA2onregelmatig

    gold · golden · hebben gegolden

    to apply, to be valid

    Deze regel geldt voor iedereen.

  • de geldzorgenA2

    money worries

    Veel gezinnen hebben geldzorgen.

  • geledenA1

    ago

    Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.

  • gelijkA1

    right; equal

    Je hebt gelijk.

  • de gelijkheidA2

    equality

    Gelijkheid is een belangrijke waarde.

  • gelovenA1

    geloofde · hebben geloofd

    to believe

    Ik geloof je wel.

  • het geluidA2

    sound, noise

    Ik hoor een vreemd geluid uit de keuken komen.

  • de geluidsoverlastA2

    noise nuisance

    We hebben veel geluidsoverlast van de buren.

  • het gelukA1

    luck, happiness

    Veel geluk met je nieuwe baan!

  • gelukkigA1

    happy; fortunately

    Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.

  • gemakkelijkA2

    easy (somewhat formal)

    De eerste opdracht van het examen was gemakkelijk.

  • de gemeenschapA2

    community

    De hele gemeenschap hielp mee na de brand.

  • de gemeenteA2

    municipality

    Je moet je inschrijven bij de gemeente.

  • de gemeenteraadA2

    municipal council

    De gemeenteraad besliste over het plan.

  • gemeubileerdA2

    furnished

    Wij zoeken een gemeubileerde woning.

  • gemiddeldA2

    on average

    Ik werk gemiddeld dertig uur per week.

  • de generatieA2

    generation

    De jongere generatie denkt hier anders over.

  • genezenA2onregelmatig

    genas · genazen · hebben/zijn genezen

    to heal, to cure

    De wond is goed genezen.

  • genietenA1onregelmatig

    genoot · genoten · hebben genoten

    to enjoy

    Ik geniet van het rustige weekend.

  • genoegA1

    enough

    Er is genoeg eten voor iedereen.

  • het gerechtA2

    dish

    Dit gerecht is een specialiteit hier.

  • het gereedschapA1

    tools

    Het gereedschap ligt in de schuur.

  • de geschiedenisA1

    history

    De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.

  • geschiktA2

    suitable

    Deze woning is geschikt voor een gezin.

  • het gesprekA1

    conversation

    We hebben een goed gesprek gehad.