Woordenschat
9 woorden · pagina 1 van 1
familieA1
family
Mijn familie komt zondag eten.
familiebezoekA1
family visit
Zondag hebben we familiebezoek.
familielidA1
family member
Er komt een familielid op bezoek.
februariA1
February
In februari is het meestal koud.
feestA1
party
Zaterdag is er een feest.
filmA1
film, movie
We kijken vanavond een film.
flesA1
bottle
Er staat een fles wijn op tafel.
fotoA1
photo
Dit is een foto van mijn familie.
foutA1
mistake; wrong
Ik heb een fout gemaakt.

