Woordenschat
Filters2
23 woorden · pagina 1 van 1
de echtgenootA1
husband, spouse
Haar echtgenoot werkt in het buitenland.
de economieA2
economy
De economie groeide licht dit kwartaal.
de eetgewoonteA2
eating habit
Mijn eetgewoontes zijn hier veranderd.
de eetlustA2
appetite
Door de koorts heb ik geen eetlust.
de EHBOA2
first aid
Zij volgde een cursus EHBO.
het eiA1
egg
Ik eet 's ochtends een ei.
het eilandA1
island
Het eiland is per veerboot bereikbaar.
het eindeA2
end
Aan het einde van de straat is een bakker.
de eindtoetsA2
final test
De eindtoets is in juni.
eisenA2
eiste · hebben geëist
to demand
De bond eist een hoger loon.
de eisen
requirements, demands (plural of eis)
De school stelt hoge eisen aan het schrijven.
de elektriciteitA2
electricity
De elektriciteit is vanochtend uitgevallen.
de elleboogA1
elbow
Ik heb mijn elleboog gestoten.
de emmerA1
bucket
Vul de emmer met water.
de energieA1
energy
De prijzen voor energie zijn gestegen.
het energielabelA2
energy label
Dit huis heeft energielabel C.
het EngelsA1
English (language)
Mijn kinderen spreken thuis Nederlands en op school Engels.
de enkelA1
ankle
Ik heb mijn enkel verzwikt.
single, any; only
Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.
de envelopA1
envelope
Doe de brief in een envelop.
de ervaringA2
experience
Voor deze functie is ervaring nodig.
de erwtA1
pea
In de soep zitten erwten en wortels.
etenA1onregelmatig
at · aten · hebben gegeten
to eat
Wij eten meestal om zes uur.
het eten
food
Nederlands eten is soms heel simpel.
het etiketA2
label
Kijk even op het etiket.
de euroA1
euro
De euro is in twintig landen betaalmiddel.

