Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

12 woorden · pagina 1 van 1

  • de echtgenootA1

    husband, spouse

    Haar echtgenoot werkt in het buitenland.

  • het eiA1

    egg

    Ik eet 's ochtends een ei.

  • het eilandA1

    island

    Het eiland is per veerboot bereikbaar.

  • de elleboogA1

    elbow

    Ik heb mijn elleboog gestoten.

  • de emmerA1

    bucket

    Vul de emmer met water.

  • de energieA1

    energy

    De prijzen voor energie zijn gestegen.

  • het EngelsA1

    English (language)

    Mijn kinderen spreken thuis Nederlands en op school Engels.

  • de enkelA1

    ankle

    Ik heb mijn enkel verzwikt.


    single, any; only

    Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.

  • de envelopA1

    envelope

    Doe de brief in een envelop.

  • de erwtA1

    pea

    In de soep zitten erwten en wortels.

  • etenA1onregelmatig

    at · aten · hebben gegeten

    to eat

    Wij eten meestal om zes uur.


    het eten

    food

    Nederlands eten is soms heel simpel.

  • de euroA1

    euro

    De euro is in twintig landen betaalmiddel.