Woordenschat
Filters2
Onderwerpen
47 woorden · pagina 1 van 2
daarnaastA2
in addition
Daarnaast volg ik een cursus.
daaromA2
therefore
Het regende, daarom bleef ik thuis.
dagA1
day
Elke dag ga ik naar mijn werk.
dagelijksA1
daily
Ik oefen dagelijks een half uur.
dakA2
roof
Het dak lekt bij zware regen.
dankjewelA1
thank you
Dankjewel voor je hulp.
datumA1
date
Wat is de datum van vandaag?
deadlineA2
deadline
De deadline is vrijdag.
decemberA1
December
In december zijn er veel feestdagen.
deelA2
part
Het eerste deel van de cursus is klaar.
deeltijdB1
part-time
Ze werkt in deeltijd, drie dagen per week.
dekbedA1
duvet
In de winter gebruik ik een dik dekbed.
deskundigheidB1
expertise
Voor dit werk is veel deskundigheid nodig.
deurA1
door
Doe je de deur even dicht?
deurmatA2
doormat
Veeg je voeten op de deurmat.
dialoogB1
dialogue
Oefen de dialoog met een medecursist.
dichtA1
closed
Op zondag zijn de winkels dicht.
dieetA2
diet
Hij volgt een streng dieet.
dienstregelingA2
timetable
De dienstregeling verandert in december.
dienstverbandA2
employment (contract type)
Zij heeft een vast dienstverband.
dienstverleningB1
service provision
Onze dienstverlening moet klantvriendelijker.
dierB1
animal
In het park zie je veel dieren.
dijkB1
dyke, levee
Nederland wordt beschermd door dijken.
dikA1
thick, fat
Trek een dikke jas aan.
dingA1
thing
Wat is dat voor een ding?

