Woordenschat
Filters2
Onderwerpen
6 woorden · pagina 1 van 1
daarA1
there
Daar staat mijn fiets.
daarentegenB2
on the other hand
Hij werkt langzaam; zij daarentegen is heel snel.
daarnaA2
after that
Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.
derhalveB2
therefore (formal)
De termijn is verstreken; het verzoek wordt derhalve afgewezen.
dichtbijA1
nearby
De school is heel dichtbij.
dusA1
so, therefore
Het is laat, dus ik ga naar huis.

