EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

35 woorden · pagina 1 van 2

  • babyA1

    baby

    De baby slaapt nu.

  • badkamerA1

    bathroom

    De badkamer is boven.

  • banaanA1

    banana

    Wil je een banaan?

  • batterijA1

    battery

    De batterij is leeg.

  • bedA1

    bed

    Ik ga vroeg naar bed.

  • beenA1

    leg

    Hij heeft zijn been gebroken.

  • belA1

    doorbell

    De bel doet het niet.

  • belangrijkA1

    important

    Dit is een belangrijke brief.

  • beterA1

    better

    Ik voel me vandaag al beter.

  • bezemA1

    broom

    Pak even de bezem.

  • bezetA1

    occupied, taken

    Deze plaats is bezet.

  • bezoekA1

    visit, visitors

    We krijgen vanavond bezoek.

  • bijA1

    at, near, with

    Ik ben bij de dokter.

  • binnenA1

    inside; within

    Kom binnen, het is koud buiten.

  • blauwA1

    blue

    De lucht is vandaag blauw.

  • bloemkoolA1

    cauliflower

    Vanavond eten we bloemkool.

  • boekA1

    book

    Ik lees elke avond een boek.

  • boonA1

    bean

    Er staan bonen op het menu.

  • bordA1

    plate

    Zet de borden op tafel.

  • borstA1

    chest

    Hij voelt pijn op zijn borst.

  • boterA1

    butter

    Doe wat boter op je brood.

  • boterhamA1

    sandwich (slice of bread)

    Ik neem twee boterhammen mee.

  • bovenA1

    above, upstairs

    De slaapkamers zijn boven.

  • breedA1

    wide

    Dit is een brede straat.

  • briefA1

    letter

    Ik heb een brief van de gemeente gekregen.