EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

52 woorden · pagina 1 van 3

  • aanA1

    on, at, to

    De foto hangt aan de muur.

  • aanbiedenA2

    to offer

    Zij bood aan om te helpen.

  • aanbiedingA2

    special offer

    De kaas is in de aanbieding.

  • aanbodA2

    range, offer

    Het aanbod in deze winkel is groot.

  • aankomenA2

    to arrive

    Wij komen om acht uur aan.

  • aankomsthalA2

    arrivals hall

    Ik wacht op je in de aankomsthal.

  • aankomsttijdA2

    arrival time

    De aankomsttijd staat op je kaartje.

  • aankoopA2

    purchase

    Bewaar de bon van je aankoop.

  • aanpassenA2

    to adapt, to adjust

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanrakenA2

    to touch

    Raak de hete pan niet aan.

  • aanstellingA2

    appointment (to a post)

    Zij kreeg een vaste aanstelling.

  • aantalA2

    number, amount

    Het aantal deelnemers groeit.

  • aanwezigA2

    present

    Je moet minstens 80% aanwezig zijn.

  • aardappelA1

    potato

    We eten vanavond aardappelen.

  • aardbeiA1

    strawberry

    In juni zijn de aardbeien het lekkerst.

  • achtA1

    eight

    Ik begin om acht uur.

  • achterA1

    behind

    De tuin ligt achter het huis.

  • achterdeurA1

    back door

    Via de achterdeur kom je in de tuin.

  • ademA1

    breath

    Haal even diep adem.

  • adresA1

    address

    Schrijf hier je adres op.

  • afdelingA2

    department

    Zij werkt op de afdeling verkoop.

  • afrekenenA2

    to pay (at the till)

    Ik ga even afrekenen.

  • afspraakA2

    appointment

    Ik heb een afspraak om half drie.

  • afvalA2

    waste

    Het afval wordt op dinsdag opgehaald.

  • afwassenA2

    to do the dishes

    Wie wast er vanavond af?