Woordenschat
76 woorden · pagina 2 van 4
de achterdeurA1
back door
Via de achterdeur kom je in de tuin.
actiefA2
active
Mijn opa is met tachtig jaar nog heel actief.
de activiteitA2
activity
Zwemmen is een gezonde activiteit voor jong en oud.
de ademA1
breath
Haal even diep adem.
het adresA1
address
Schrijf hier je adres op.
de advocaatA2
lawyer
Zijn advocaat ging in beroep.
afA2
finished, done
Mijn huiswerk voor morgen is eindelijk af.
de afdelingA2
department
Zij werkt op de afdeling verkoop.
afrekenenA2scheidbaar
rekende af · hebben afgerekend
to pay (at the till)
Ik ga even afrekenen.
de afspraakA2
appointment
Ik heb een afspraak om half drie.
het afvalA2
waste
Het afval wordt op dinsdag opgehaald.
afwassenA2scheidbaaronregelmatig
waste af · wasten af · hebben afgewassen
to do the dishes
Wie wast er vanavond af?
afwezigA2
absent
Hij was vorige week afwezig.
afzeggenA2scheidbaaronregelmatig
zei af · zeiden af · hebben afgezegd
to cancel (an appointment)
Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.
de agendaA2
diary, agenda
Ik zet de afspraak in mijn agenda.
de agentA2
police officer
De agent vraagt naar mijn rijbewijs en paspoort.
alA1
already
Ben je er nu al?
allebeiA1
both
Wij werken allebei fulltime.
alleenA1
alone; only
Ik woon alleen.
alleenstaandA1
single
Zij is een alleenstaande moeder.
allemaalA1
all (of them)
We gaan allemaal mee.
de allergieA2
allergy
Ik heb een allergie voor noten.
allesA1
everything
Alles is klaar.
alsA1
if, when
Als het regent, blijven we binnen.
alsjeblieftA1
please; here you are
Hier is je koffie, alsjeblieft.

