Woordenschat
118 woorden · pagina 4 van 5
tramA2
tram
Neem tram 4 naar het centrum.
treinA2
train
De trein naar Amsterdam vertrekt zo.
treinkaartjeA2
train ticket
Koop je treinkaartje van tevoren.
treinreisA2
train journey
De treinreis duurt anderhalf uur.
treinstoringA2
train disruption
Door een treinstoring reden er geen treinen.
treinvertragingB1
train delay
Door treinvertraging kwam ik te laat op het werk.
tunnelA2
tunnel
Door de tunnel ben je er sneller.
veerbootA2
ferry
De veerboot vertrekt elk half uur.
veiligheidsgordelB1
seat belt
Doe je veiligheidsgordel om.
verkeerB1
traffic
Het verkeer is druk in de spits.
verkeersbordB1
road sign
Let op het verkeersbord.
verkeersdeelnameB1
participation in traffic
Veilige verkeersdeelname begint bij opletten.
verkeersdeelnemerB1
road user
Elke verkeersdeelnemer moet opletten.
verkeersdrukteB1
heavy traffic
Door de verkeersdrukte kwam ik te laat.
verkeersinformatieB1
traffic information
Check de verkeersinformatie voor je vertrekt.
verkeerslichtA2
traffic light
Sla linksaf bij het verkeerslicht.
verkeersongevalB1
traffic accident
Door een verkeersongeval was de weg afgesloten.
verkeersplanB1
traffic plan
De gemeente presenteerde een nieuw verkeersplan.
verkeersregelB1
traffic rule
Fietsers moeten zich ook aan de verkeersregels houden.
verkeerssituatieB1
traffic situation
Let goed op de verkeerssituatie.
verkeersstroomB1
traffic flow
De verkeersstroom wordt met camera's gemeten.
verkeersveiligheidB1
road safety
De gemeente investeert in verkeersveiligheid.
vertraagdB1
delayed
De trein is tien minuten vertraagd.
vertragingA2
delay
De trein heeft tien minuten vertraging.
vertrekB1
departure
Het vertrek is om kwart over acht.

