Woordenschat
Filters3
12 woorden · pagina 1 van 1
bagageA2
luggage
Laat je bagage niet alleen achter.
bandA2
tyre
Mijn band is lek.
benzineA2
petrol
De benzine is weer duurder geworden.
bestemmingA2
destination
Wat is uw eindbestemming?
bijrijderB1
passenger (front seat)
De bijrijder leest de route voor.
boeteB1
fine
Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.
brugA2
bridge
De brug is open voor een boot.
brugopeningB1
bridge opening
Door de brugopening stond het verkeer stil.
busA2
bus
De bus stopt voor het station.
bushokjeA2
bus shelter
We schuilden in het bushokje voor de regen.
buslijnB1
bus route
Buslijn 12 stopt hier vlakbij.
buspasA2
bus pass
Met een buspas reis je goedkoper.

