EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

50 woorden · pagina 2 van 2

  • maartA1

    March

    De cursus start in maart.

  • meiA1

    May

    Mijn verjaardag is in mei.

  • middagA1

    afternoon

    We eten om twaalf uur 's middags.

  • middernachtA1

    midnight

    De trein rijdt tot middernacht.

  • minuutA1

    minute

    Wacht even, nog één minuut.

  • momentA1

    moment

    Een moment, ik kom eraan.

  • nachtA1

    night

    Vannacht heb ik slecht geslapen.

  • novemberA1

    November

    November is een donkere maand.

  • ochtendA1

    morning

    In de ochtend drink ik koffie.

  • oktoberA1

    October

    In oktober vallen de bladeren.

  • secondeA1

    second

    Wacht één seconde.

  • septemberA1

    September

    De school begint weer in september.

  • tijdA1

    time

    Ik heb geen tijd vandaag.

  • uurA1

    hour

    De les duurt één uur.

  • verjaardagA1

    birthday

    Morgen is mijn verjaardag.

  • vrijdagA1

    Friday

    Vrijdag werk ik thuis.

  • vroegA1

    early

    Ik sta elke dag vroeg op.

  • weekA1

    week

    Deze week werk ik thuis.

  • weekdagA1

    weekday

    Op weekdagen sta ik vroeg op.

  • weekendA1

    weekend

    In het weekend werk ik niet.

  • winterA1

    winter

    De winter is hier nat en koud.

  • woensdagA1

    Wednesday

    Woensdag zijn de kinderen vrij.

  • zaterdagA1

    Saturday

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • zomerA1

    summer

    In de zomer gaan we naar het strand.

  • zondagA1

    Sunday

    Zondag zijn veel winkels dicht.