Woordenschat
Filters1
51 woorden · pagina 1 van 3
bankA2
bank
Ik heb een rekening bij deze bank.
bankrekeningA2
bank account
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
bedragA2
amount
Het bedrag staat onderaan de rekening.
belastingA2
tax
Je moet elk jaar belasting aangeven.
betaalbaarA2
affordable
Een betaalbare woning is moeilijk te vinden.
betaalmethodeA2
payment method
Welke betaalmethode gebruikt u?
betalenA2
to pay
Kan ik met pin betalen?
betalingA2
payment
De betaling is nog niet binnen.
bijbaanA2
side job
Naast mijn studie heb ik een bijbaan.
biljetA2
banknote
Kunt u dit biljet van vijftig wisselen?
budgetA2
budget
Mijn budget voor deze maand is op.
contantA2
cash
Wij nemen geen contant geld aan.
duurA2
expensive
Die telefoon is te duur.
factuurA2
invoice
De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.
geldA2
money
Ik heb geen geld bij me.
geldautomaatA2
cash machine, ATM
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
geldbedragA2
sum of money
Vul het geldbedrag in cijfers in.
geldzorgenA2
money worries
Veel gezinnen hebben geldzorgen.
goedkoopA2
cheap
Deze winkel is vrij goedkoop.
gratisA2
free of charge
De eerste les is gratis.
inkomenA2
income
Zijn inkomen is dit jaar gestegen.
kortingskaartA2
discount card
Met een kortingskaart reis je goedkoper.
kostenA2
costs
De kosten vallen mee.
lenenA2
to borrow; to lend
Kan ik tien euro van je lenen?
maandbedragA2
monthly amount
Het maandbedrag is 45 euro.

