Woordenschat
Filters1
102 woorden · pagina 1 van 5
ademA1
breath
Haal even diep adem.
afspraakA2
appointment
Ik heb een afspraak om half drie.
allergieA2
allergy
Ik heb een allergie voor noten.
ambulanceA2
ambulance
Bel 112 voor een ambulance.
apotheekA2
pharmacy
De apotheek is naast de huisarts.
armA1
arm
Mijn arm is stijf.
beenA1
leg
Hij heeft zijn been gebroken.
beterA1
better
Ik voel me vandaag al beter.
beterschapA2
get well soon
Beterschap, hopelijk voel je je snel beter!
bevallingA2
childbirth
De bevalling verliep zonder problemen.
bezoekuurA2
visiting hours
Het bezoekuur is van twee tot vier.
blessureA2
injury (sports)
Door een blessure kan hij niet sporten.
bloedA2
blood
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
bloeddrukA2
blood pressure
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
borstA1
chest
Hij voelt pijn op zijn borst.
buikA1
belly, stomach
Ik heb buikpijn.
buikpijnA2
stomach ache
Het kind heeft buikpijn.
dokterA1
doctor
Ik ga morgen naar de dokter.
elleboogA1
elbow
Ik heb mijn elleboog gestoten.
enkelA1
ankle
Ik heb mijn enkel verzwikt.
genezenA2
to heal, to cure
De wond is goed genezen.
gewondA2
injured
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gezichtA1
face
Was je gezicht met koud water.
gezondA2
healthy
Hij eet heel gezond.
gezondheidstoestandA2
state of health
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.

