Woordenschat
520 woorden · pagina 8 van 21
hersteltijdB1
recovery time
De hersteltijd na deze ingreep is kort.
heupA1
hip
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
hoestdrankA2
cough syrup
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoestenA2
to cough
Het kind hoest de hele nacht.
homeopathieB2
homeopathy
Over de werking van homeopathie wordt gediscussieerd.
hoofdA1
head
Mijn hoofd doet pijn.
hoofdpijnA2
headache
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
hooikoortsB2
hay fever
In het voorjaar heeft zij last van hooikoorts.
houdbaarheidB2
shelf life
De houdbaarheid staat op de verpakking.
huidA1
skin
Bescherm je huid tegen de zon.
huidaandoeningB2
skin condition
Voor deze huidaandoening bestaat een zalf.
huisapotheekA2
first-aid cabinet
Zorg voor een goede huisapotheek.
huisartsB1
GP, family doctor
Je gaat eerst naar de huisarts.
huisartsassistenteA2
GP's assistant
De huisartsassistente maakt de afspraak.
huisartsenpostA2
out-of-hours GP service
's Avonds belt u de huisartsenpost.
huisstofmijtB2
dust mite
Hij is allergisch voor huisstofmijt.
hulpmiddelB1
aid, assistive device
Een rollator is een handig hulpmiddel.
hulpverleningB2
assistance, support services
De hulpverlening kwam snel op gang.
hygiëneB2
hygiene
Goede hygiëne voorkomt veel infecties.
immuniteitB2
immunity
Na een infectie bouw je immuniteit op.
immuunsysteemB2
immune system
Slaap versterkt je immuunsysteem.
implantaatB2
implant
Een implantaat wordt niet altijd vergoed.
indicatiestellingB2
care needs assessment
Zonder indicatiestelling krijg je geen zorg vergoed.
inentingB2
immunisation shot
De inenting wordt op het consultatiebureau gegeven.
injectieB1
injection
U krijgt een injectie in de arm.

