Woordenschat
188 woorden · pagina 6 van 8
schouderA1
shoulder
Mijn schouder doet pijn.
slaapA1
sleep
Ik heb te weinig slaap gehad.
slaapgebrekA2
lack of sleep
Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.
specialistB1
specialist
De huisarts verwees mij naar een specialist.
spierA1
muscle
Na het sporten doen mijn spieren pijn.
spoedA2
emergency, urgency
Bij spoed belt u dit nummer.
spoedgevalB1
emergency case
Bij een spoedgeval belt u 112.
spreekkamerB1
consulting room
De dokter roept u zo in de spreekkamer.
spreekuurA2
consultation hours
Het spreekuur is van negen tot elf.
sterkA1
strong
Hij is heel sterk.
stressB1
stress
Door de drukte heb ik veel stress.
symptoomB1
symptom
Koorts is een bekend symptoom.
tandA1
tooth
Er is een tand afgebroken.
tandartsA2
dentist
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
teenA1
toe
Ik stootte mijn teen tegen de tafel.
therapieB1
therapy
Hij volgt therapie na het ongeluk.
thermometerA2
thermometer
Meet even met de thermometer.
thuiszorgB1
home care
Mijn vader krijgt thuiszorg twee keer per dag.
tongA1
tongue
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
uitslagB1
result (of a test); rash
De uitslag van het bloedonderzoek is goed.
vaccinatieB1
vaccination
De vaccinatie is gratis.
vaccinatieprogrammaB1
vaccination programme
Kinderen krijgen prikken via het vaccinatieprogramma.
verbandA2
bandage
Doe er even een verband omheen.
verkoudenA2
having a cold
Ik ben een beetje verkouden.
verkoudheidA2
a cold
Een verkoudheid duurt meestal een week.

