Woordenschat
188 woorden · pagina 2 van 8
bloeddrukA2
blood pressure
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
bloedonderzoekB1
blood test
Het bloedonderzoek liet niets bijzonders zien.
borstA1
chest
Hij voelt pijn op zijn borst.
buikA1
belly, stomach
Ik heb buikpijn.
buikpijnA2
stomach ache
Het kind heeft buikpijn.
consultB1
consultation
Een consult duurt ongeveer tien minuten.
controleB1
check-up
Over drie maanden komt u terug voor controle.
controleafspraakB1
follow-up appointment
Over drie maanden heb ik een controleafspraak.
dokterA1
doctor
Ik ga morgen naar de dokter.
doktersadviesB1
doctor's advice
Volg het doktersadvies goed op.
doktersbezoekB1
doctor's visit
Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.
doorverwijzenB1
to refer on
De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.
eerstelijnszorgB1
primary care
De huisarts hoort bij de eerstelijnszorg.
elleboogA1
elbow
Ik heb mijn elleboog gestoten.
enkelA1
ankle
Ik heb mijn enkel verzwikt.
genezenA2
to heal, to cure
De wond is goed genezen.
gewichtB1
weight
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
gewondA2
injured
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gezichtA1
face
Was je gezicht met koud water.
gezondA2
healthy
Hij eet heel gezond.
gezondheidB1
health
Zorg goed voor je gezondheid.
gezondheidsadviesB1
health advice
Vraag je huisarts om gezondheidsadvies.
gezondheidscentrumB1
health centre
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.
gezondheidscheckB1
health check
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.
gezondheidsklachtB1
health complaint
Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.

