Woordenschat
23 woorden · pagina 1 van 1
patiëntB1
patient
De patiënt is goed hersteld.
patiëntendossierB1
patient file
U mag uw patiëntendossier inzien.
patiëntenrechtB2
patients' rights
Inzage in je dossier is een patiëntenrecht.
patiëntenvoorlichtingB2
patient information
Goede patiëntenvoorlichting voorkomt misverstanden.
patiëntenzorgB2
patient care
De patiëntenzorg staat onder druk door personeelstekort.
patiëntervaringB2
patient experience
Patiëntervaringen worden meegenomen in de evaluatie.
patiëntveiligheidB2
patient safety
Patiëntveiligheid staat voorop in het ziekenhuis.
peesB2
tendon
De pees in zijn hiel is ontstoken.
peuterB2
toddler
Een peuter wil alles zelf doen.
pijnA1
pain
Heb je veel pijn?
pijnklachtB2
pain complaint
Beschrijf uw pijnklachten zo precies mogelijk.
pijnstillerA2
painkiller
Neem een pijnstiller tegen de hoofdpijn.
pilA2
pill
Neem één pil bij het eten.
pinda-allergieB2
peanut allergy
Een pinda-allergie kan levensgevaarlijk zijn.
polikliniekB2
outpatient clinic
De controle is op de polikliniek.
polsA1
wrist
Ik heb mijn pols verstuikt.
praktijkondersteunerB2
practice nurse
De praktijkondersteuner begeleidt diabetespatiënten.
preventieB2
prevention
Preventie is goedkoper dan behandeling.
preventiebeleidB2
prevention policy
Het preventiebeleid moet ziektes voorkomen.
preventiefB2
preventive
Preventief onderzoek kan levens redden.
prikA2
jab, injection
De prik deed nauwelijks pijn.
psychiatrieB2
psychiatry
Hij werkt in de psychiatrie.
psycholoogB2
psychologist
De huisarts verwees hem naar een psycholoog.

