Woordenschat
5 woorden · pagina 1 van 1
keelA1
throat
Ik heb pijn in mijn keel.
keelpijnA2
sore throat
Ik heb keelpijn en kan slecht slikken.
kinA1
chin
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
knieA1
knee
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
koortsA2
fever
Het kind heeft koorts.

