Woordenschat
4 woorden · pagina 1 van 1
lepelA1
spoon
Ik eet soep met een lepel.
limonadeA1
squash, lemonade
De kinderen krijgen limonade.
literA2
litre
We hebben een liter melk nodig.
lunchA1
lunch
De lunch is om half een.
4 woorden · pagina 1 van 1
lepelA1
spoon
Ik eet soep met een lepel.
limonadeA1
squash, lemonade
De kinderen krijgen limonade.
literA2
litre
We hebben een liter melk nodig.
lunchA1
lunch
De lunch is om half een.