Woordenschat
12 woorden · pagina 1 van 1
bakkerA2
baker, bakery
Ik haal brood bij de bakker.
banaanA1
banana
Wil je een banaan?
bereidingstijdA2
preparation time
De bereidingstijd is twintig minuten.
bitterA2
bitter
Zwarte koffie smaakt bitter.
blikjeA2
can, tin
In de koelkast staat nog een blikje.
bloemkoolA1
cauliflower
Vanavond eten we bloemkool.
boodschappenA2
groceries
Ik doe zaterdag boodschappen.
boonA1
bean
Er staan bonen op het menu.
bordA1
plate
Zet de borden op tafel.
boterA1
butter
Doe wat boter op je brood.
boterhamA1
sandwich (slice of bread)
Ik neem twee boterhammen mee.
broodA1
bread
Ik eet elke ochtend brood.

