Woordenschat
6 woorden · pagina 1 van 1
schoondochterA1
daughter-in-law
Onze schoondochter komt uit Spanje.
schoonmoederA1
mother-in-law
Mijn schoonmoeder komt zondag eten.
schoonvaderA1
father-in-law
Mijn schoonvader helpt vaak in de tuin.
schoonzoonA1
son-in-law
Haar schoonzoon werkt in de bouw.
schoonzusA1
sister-in-law
Mijn schoonzus komt uit Italië.
stiefmoederA1
stepmother
Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.

