Woordenschat
201 woorden · pagina 8 van 9
verontwaardigingB2
indignation
Het besluit leidde tot veel verontwaardiging.
verrukkingB2
delight
Tot haar verrukking werd het plan aangenomen.
vertrouwenB2
trust, confidence
Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.
vertrouwensbandB2
bond of trust
Er groeide een vertrouwensband tussen arts en patiënt.
vertwijfelingB2
despair
In vertwijfeling belde hij de hulplijn.
vervreemdingB2
alienation
Sommigen ervaren vervreemding van hun eigen buurt.
verwachtingspatroonB2
pattern of expectations
Zijn verwachtingspatroon klopte niet met de werkelijkheid.
verzoeningB2
reconciliation
Na jaren kwam er verzoening.
voornemenB2
resolution, intention
Zijn goede voornemen hield twee weken stand.
vriendelijkheidB2
friendliness
Zijn vriendelijkheid viel meteen op.
vrolijkheidB2
merriment
De opmerking zorgde voor vrolijkheid.
waarderingB2
appreciation
Hij kreeg veel waardering voor zijn werk.
walgingB2
disgust
De beelden riepen walging op.
wanhoopB2
despair
Uit wanhoop belde hij de hulplijn.
wantrouwenB2
distrust
Het wantrouwen tegenover de overheid groeit.
weemoedB2
melancholy, wistfulness
Hij denkt met weemoed terug aan die tijd.
weerstandB2
resistance
Het plan riep veel weerstand op.
wilskrachtB2
willpower
Met wilskracht alleen kom je er niet.
woedeB2
anger, rage
Hij kon zijn woede nauwelijks bedwingen.
woordgrapB2
pun
Een woordgrap is bijna niet te vertalen.
wrokB2
resentment, grudge
Zij koestert geen wrok tegen haar oude werkgever.
zelfbeeldB2
self-image
Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.
zelfbeheersingB2
self-control
Hij verloor even zijn zelfbeheersing.
zelfspotB2
self-mockery
Zelfspot maakt iemand sympathiek.
zelfvertrouwenB2
self-confidence
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.

