EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

201 woorden · pagina 5 van 9

  • nervositeitB2

    nervousness

    Zijn nervositeit was aan zijn handen te zien.

  • nieuwsgierigheidB2

    curiosity

    Uit nieuwsgierigheid las hij het hele rapport.

  • nuchterheidB2

    level-headedness, soberness

    Met typische nuchterheid reageerde zij kalm.

  • onbehagenB2

    unease

    Er heerst een gevoel van onbehagen onder de bevolking.

  • onbeleefdheidB2

    rudeness

    Zulke onbeleefdheid accepteren wij niet.

  • onbetrouwbaarheidB2

    unreliability

    De onbetrouwbaarheid van die bron is bekend.

  • onenigheidB2

    disagreement

    Er ontstond onenigheid over de aanpak.

  • ongeduldB2

    impatience

    Hij wachtte vol ongeduld op het antwoord.

  • ongeduldigheidB2

    impatience

    Zijn ongeduldigheid viel iedereen op.

  • ongemakB2

    discomfort, awkwardness

    Zijn opmerking veroorzaakte enig ongemak.

  • ongemakkelijkheidB2

    awkwardness

    Er hing een zekere ongemakkelijkheid in de kamer.

  • onmachtB2

    powerlessness

    Hij voelde onmacht tegenover de bureaucratie.

  • onrustB2

    unrest, disquiet

    Het bericht zorgde voor onrust onder bewoners.

  • ontdaanB2

    shaken, upset

    Na het ongeluk was hij helemaal ontdaan.

  • ontevredenheidB2

    dissatisfaction

    De ontevredenheid onder het personeel groeit.

  • ontgoochelingB2

    disillusionment

    De uitslag was een grote ontgoocheling.

  • onthechtingB2

    detachment

    Hij sprak met een zekere onthechting over het verleden.

  • ontroerendB2

    moving, touching

    Het was een ontroerend afscheid.

  • ontroeringB2

    emotion, being moved

    Zijn woorden wekten ontroering bij het publiek.

  • ontzagB2

    awe, deep respect

    Hij had ontzag voor haar kennis.

  • ontzettingB2

    dismay, horror

    Het nieuws werd met ontzetting ontvangen.

  • onverschilligheidB2

    indifference

    Zijn onverschilligheid stoorde iedereen.

  • onzekerB2

    insecure, uncertain

    In het begin voelde ze zich onzeker.

  • onzekerheidB2

    insecurity, uncertainty

    Zijn onzekerheid verdween na een paar weken.

  • openhartigheidB2

    candour

    Zijn openhartigheid verraste iedereen.