Woordenschat
201 woorden · pagina 3 van 9
gedrevenheidB2
drive, passion
Haar gedrevenheid werkt aanstekelijk.
geestdriftB2
zeal, fervour
Zij sprak met geestdrift over het project.
gehechtheidB2
attachment
Zijn gehechtheid aan dat huis is groot.
geïrriteerdA2
irritated
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.
gekrenktB2
offended, hurt
Zij voelde zich gekrenkt door die opmerking.
gekwetstheidB2
hurt feelings
Uit zijn reactie sprak gekwetstheid.
gelatenheidB2
resignation, stoicism
Hij reageerde met gelatenheid op het besluit.
gelijkmoedigheidB2
equanimity
Zij droeg het verlies met gelijkmoedigheid.
gelukzaligheidB2
bliss
Een moment van pure gelukzaligheid.
gemoedB2
spirits, mind
Het nieuws bracht de gemoederen in beweging.
gemoedelijkheidB2
geniality, easy-goingness
De vergadering verliep in alle gemoedelijkheid.
gemoedsbewegingB2
emotional stirring
Zijn stem verried enige gemoedsbeweging.
gemoedsrustB2
peace of mind
Een goede verzekering geeft gemoedsrust.
gemoedstoestandB2
state of mind
Zijn gemoedstoestand wisselt sterk.
gêneB2
embarrassment
Er ontstond een pijnlijke gêne in de zaal.
genegenheidB2
affection
Er groeide genegenheid tussen de buren.
gepassioneerdB2
passionate
Hij sprak gepassioneerd over zijn vak.
gerustgesteldB2
reassured
Na het gesprek was zij gerustgesteld.
gevoelB2
feeling
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gevoeligheidB2
sensitivity
Zijn gevoeligheid voor kritiek is groot.
gevoelslevenB2
emotional life
Over zijn gevoelsleven praat hij zelden.
glimlachB2
smile
Met een glimlach kom je een heel eind.
grapB2
joke
Die grap viel verkeerd.
groepsgevoelB2
sense of group belonging
Het groepsgevoel in de klas is sterk.
hartelijkheidB2
warmth, cordiality
De hartelijkheid van de buren viel op.

