EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

12 woorden · pagina 1 van 1

  • onbewogenB2

    unmoved, impassive

    Hij bleef onbewogen onder de kritiek.

  • ongeduldigA2

    impatient

    Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.

  • ongerustA2

    worried, anxious

    Ik was ongerust toen je niet belde.

  • onrustigA2

    restless

    Ik sliep onrustig voor het examen.

  • ontevredenB2

    dissatisfied

    Veel bewoners zijn ontevreden over het besluit.

  • ontmoedigendB2

    discouraging

    Zo veel fouten is ontmoedigend.

  • onverschilligB2

    indifferent

    Hij reageerde onverschillig op het nieuws.

  • opgeluchtA2

    relieved

    Ik was opgelucht toen het voorbij was.

  • opgetogenB2

    elated, delighted

    Zij was opgetogen over het nieuws.

  • opgewektA2

    cheerful

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • opgewondenB2

    excited

    De kinderen waren opgewonden over de reis.

  • overweldigdB2

    overwhelmed

    Zij was overweldigd door alle reacties.