EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

394 woorden · pagina 8 van 16

  • leesvaardigheidB1

    reading skill

    Mijn leesvaardigheid is beter dan mijn spreekvaardigheid.

  • leeszaalB2

    reading room

    In de leeszaal moet je stil zijn.

  • leraarA2

    teacher

    De leraar legt het nog een keer uit.

  • lesmateriaalA2

    course materials

    Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.

  • lesmethodeB1

    teaching method

    Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.

  • lesroosterA2

    class timetable

    Het lesrooster hangt bij de ingang.

  • lesuitvalB1

    cancelled lessons

    Door ziekte was er veel lesuitval.

  • lesuurA2

    lesson hour

    Een lesuur duurt vijftig minuten.

  • lesvoorbereidingB1

    lesson preparation

    De lesvoorbereiding kost de docent veel tijd.

  • lettergreepB2

    syllable

    Dit woord heeft vier lettergrepen.

  • lidwoordB2

    article

    Bij elk zelfstandig naamwoord hoort een lidwoord.

  • literatuurstudieB2

    literature review

    Het onderzoek begint met een literatuurstudie.

  • luisterfragmentB2

    listening clip

    Elk luisterfragment hoor je twee keer.

  • luistervaardigheidB1

    listening skill

    Voor luistervaardigheid oefen ik met podcasts.

  • maatschappijleerB2

    civics, social studies

    Maatschappijleer gaat over politiek en samenleving.

  • margeB2

    margin

    Houd rekening met een marge van drie procent.

  • masterB2

    master's degree

    Zij doet een master in de economie.

  • medestudentA2

    fellow student

    Ik oefen samen met een medestudent.

  • medezeggenschapsraadB2

    participation council

    De medezeggenschapsraad moet instemmen met het plan.

  • mediaanB2

    median

    De mediaan zegt vaak meer dan het gemiddelde.

  • mediatheekB2

    media library

    De mediatheek beheert ook films en audio.

  • meerkeuzevraagB2

    multiple-choice question

    Het examen bestaat uit meerkeuzevragen.

  • meervoudB2

    plural

    Het meervoud van 'kind' is 'kinderen'.

  • meetbaarB2

    measurable

    Het effect is nauwelijks meetbaar.

  • meetinstrumentB2

    measuring instrument

    Het meetinstrument moet betrouwbaar zijn.