EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

59 woorden · pagina 1 van 3

  • delenA1

    to share, to divide

    We delen de kosten samen.

  • denkenA1

    to think

    Ik denk dat het goed komt.

  • doenA1

    to do

    Wat doe je in het weekend?

  • dragenA1

    to wear; to carry

    Hij draagt een zwarte jas.

  • dromenA1

    to dream

    Ik droomde vannacht over mijn familie.

  • durvenA1

    to dare

    Ik durf het niet te vragen.

  • fietsenA1

    to cycle

    Ik fiets elke dag naar school.

  • gaanA1

    to go

    Ik ga morgen naar Amsterdam.

  • gelovenA1

    to believe

    Ik geloof je wel.

  • gevenA1

    to give

    Geef mij het zout, alsjeblieft.

  • hebbenA1

    to have

    Wij hebben twee kinderen.

  • hetenA1

    to be called

    Hoe heet jij?

  • hopenA1

    to hope

    Ik hoop dat het lukt.

  • horenA1

    to hear

    Ik hoor je niet goed.

  • houdenA1

    to hold; to like (van)

    Ik houd van koffie.

  • huilenA1

    to cry

    De baby huilt de hele nacht.

  • kennenA1

    to know (a person/thing)

    Ken je die man?

  • komenA1

    to come

    Kom je vanavond ook?

  • kopenA1

    to buy

    Ik koop brood bij de bakker.

  • krijgenA1

    to get, to receive

    Ik heb een brief gekregen.

  • kunnenA1

    can, to be able to

    Kun je mij helpen?

  • lachenA1

    to laugh

    We hebben veel gelachen.

  • leggenA1

    to lay, to put down

    Leg het boek op tafel.

  • liggenA1

    to lie, to be located

    Het boek ligt op tafel.

  • lijkenA1

    to seem

    Het lijkt me een goed idee.