Woordenschat
Filters2
Sectie: Dagelijks leven
129 woorden · pagina 1 van 6
achterA1
behind
De tuin ligt achter het huis.
adresA1
address
Schrijf hier je adres op.
allebeiA1
both
Wij werken allebei fulltime.
allemaalA1
all (of them)
We gaan allemaal mee.
apartA1
separate(ly)
We betalen apart.
autoA1
car
Onze auto staat voor de deur.
batterijA1
battery
De batterij is leeg.
bezemA1
broom
Pak even de bezem.
blauwA1
blue
De lucht is vandaag blauw.
boekA1
book
Ik lees elke avond een boek.
breedA1
wide
Dit is een brede straat.
briefA1
letter
Ik heb een brief van de gemeente gekregen.
brilA1
glasses
Zonder bril zie ik niets.
broekA1
trousers
Deze broek is te lang.
bruinA1
brown
Ik eet liever bruin brood.
computerA1
computer
Mijn computer is heel langzaam.
dagA1
day
Elke dag ga ik naar mijn werk.
dankjewelA1
thank you
Dankjewel voor je hulp.
dichtA1
closed
Op zondag zijn de winkels dicht.
dikA1
thick, fat
Trek een dikke jas aan.
dingA1
thing
Wat is dat voor een ding?
doekA1
cloth
Veeg de tafel af met een doek.
doosA1
box
De boeken zitten in een doos.
dorpA1
village
Zij komt uit een klein dorp.
droogA1
dry
De was is nog niet droog.

