Woordenschat
43 woorden · pagina 1 van 2
anderA1
other, different
Heb je een andere maat?
belangrijkA1
important
Dit is een belangrijke brief.
bezetA1
occupied, taken
Deze plaats is bezet.
bezigA2
busy (doing something)
Ik ben nu even bezig.
drukA2
busy, crowded
Het is druk in de stad.
eindelijkA2
finally
Eindelijk is de brief er.
gebruikelijkA2
customary, usual
Het is hier gebruikelijk om af te spreken.
geelA1
yellow
De bloemen in de tuin zijn geel.
gelijkA1
right; equal
Je hebt gelijk.
geschiktA2
suitable
Deze woning is geschikt voor een gezin.
groenA1
green
Het licht is groen, je mag gaan.
halfA1
half
Het is half acht.
handigA1
handy, practical
Dat is een handige app.
hardA1
hard; loud
Het bed is te hard.
hoogA1
high, tall
Dat gebouw is heel hoog.
jongA1
young
Zij is nog heel jong.
klaarA2
ready, finished
Het eten is klaar.
kleinA1
small
Mijn kamer is klein maar gezellig.
langzaamA1
slow
Kunt u wat langzamer praten?
leegA1
empty
Mijn glas is leeg.
lelijkA1
ugly
Dat gebouw vind ik lelijk.
leukA1
nice, fun
Dat was een leuke avond.
makkelijkA1
easy
Deze oefening is makkelijk.
moeilijkA1
difficult
Nederlands is soms moeilijk.
mooiA1
beautiful
Wat een mooie foto!

