Woordenschat
Filters1
Sectie: Dagelijks leven
305 woorden · pagina 9 van 13
postzegelA1
stamp
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
pratenA1
to talk
We praten straks verder.
radenA1
to guess
Raad eens wie ik zag!
rechtsA1
right
De supermarkt is rechts van het station.
reizenA1
to travel
Ik reis elke dag met de trein.
rennenA1
to run
De kinderen rennen door de tuin.
rijkA1
rich
Zij komt uit een rijke familie.
roepenA1
to call, to shout
Roep me als je klaar bent.
rommelA1
mess
Wat een rommel in deze kamer!
rondA1
round
De tafel is rond.
roodA1
red
Ze draagt een rode jas.
rozeA1
pink
Zij draagt een roze jurk.
rugzakA1
backpack
Mijn boeken zitten in mijn rugzak.
schaarA1
scissors
Heb je een schaar voor me?
schoenenA1
shoes
Deze schoenen zijn te klein.
schoolA1
school
Mijn kinderen gaan hier naar school.
shirtA1
shirt
Hij draagt een wit shirt.
slechtA1
bad
Het weer is vandaag slecht.
sluitenA1
to close
De deur sluit automatisch.
snelA1
fast
Hij loopt heel snel.
sokA1
sock
Ik kan mijn sokken niet vinden.
sommigeA1
some
Sommige winkels zijn zondag open.
sorryA1
sorry
Sorry, ik ben te laat.
spelenA1
to play
De kinderen spelen in de tuin.
springenA1
to jump
Hij sprong over de sloot.

