EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

73 woorden · pagina 2 van 3

  • inA1

    in

    Het zit in de kast.

  • maarA1

    but

    Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.

  • metA1

    with

    Ik ga met de fiets.

  • naA1

    after

    Na het eten gaan we wandelen.

  • negenA1

    nine

    De winkel opent om negen uur.

  • negentigA1

    ninety

    Hij werd negentig jaar oud.

  • niemandA1

    nobody

    Er is niemand thuis.

  • nietA1

    not

    Ik begrijp het niet.

  • nietsA1

    nothing

    Ik heb niets gezegd.

  • ofA1

    or

    Wil je thee of koffie?

  • omdatA1

    because (subordinating)

    Ik kom niet, omdat ik moet werken.

  • onderA1

    under

    De doos staat onder het bed.

  • ookA1

    also, too

    Ik kom ook mee.

  • opA1

    on

    Het boek ligt op tafel.

  • overA1

    about; over

    We praten later over dit probleem.

  • pardonA1

    excuse me

    Pardon, mag ik er even langs?

  • sorryA1

    sorry

    Sorry, ik ben te laat.

  • tachtigA1

    eighty

    Mijn oma is tachtig jaar.

  • tienA1

    ten

    Ik heb nog tien minuten.

  • totA1

    until, up to

    De winkel is open tot zes uur.

  • tussenA1

    between

    De winkel zit tussen de bank en het café.

  • twaalfA1

    twelve

    We eten om twaalf uur.

  • tweeA1

    two

    Ik heb twee kinderen.

  • tweedeA1

    second

    Neem de tweede straat rechts.

  • twintigA1

    twenty

    Het kost twintig euro.