EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

305 woorden · pagina 11 van 13

  • uitA1

    out of, from

    Ik kom uit Oekraïne.

  • vallenA1

    to fall

    Pas op, je valt bijna.

  • vanA1

    of, from

    Dit is de fiets van mijn broer.

  • veelA1

    much, many

    Er zijn veel mensen buiten.

  • veertigA1

    forty

    Hier mag je veertig rijden.

  • verA1

    far

    Is het nog ver?

  • verkopenA1

    to sell

    Ze verkopen hier verse groente.

  • vertellenA1

    to tell

    Vertel eens, hoe was je dag?

  • vierA1

    four

    Wij wonen op nummer vier.

  • vierdeA1

    fourth

    Dit is mijn vierde les.

  • vierkantA1

    square (shape)

    Het plein is bijna vierkant.

  • vijfA1

    five

    Het kost vijf euro.

  • vijfdeA1

    fifth

    Neem de vijfde straat links.

  • vijftigA1

    fifty

    Ik betaal met een briefje van vijftig.

  • volA1

    full

    De bus is helemaal vol.

  • voorA1

    for; before

    Dit cadeau is voor jou.

  • vrijA1

    free, vacant

    Is deze stoel vrij?

  • vrouwA1

    woman

    De vrouw leest een boek.

  • waarA1

    where

    Waar woon je?

  • waaromA1

    why

    Waarom kom je niet?

  • wandelenA1

    to walk, to stroll

    We gaan zondag wandelen.

  • wanneerA1

    when

    Wanneer begint de les?

  • wantA1

    because (coordinating)

    Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

  • watA1

    what

    Wat doe je?

  • waterA1

    water

    Drink veel water op een warme dag.