Woordenschat
18 woorden · pagina 1 van 1
taalA1
language
Nederlands is een moeilijke taal.
tachtigA1
eighty
Mijn oma is tachtig jaar.
tandenborstelA1
toothbrush
Vergeet je tandenborstel niet.
tasA1
bag
Mijn tas staat naast de stoel.
telefoonA1
phone
Mijn telefoon is leeg.
televisieA1
television
De televisie staat de hele dag aan.
tellenA1
to count
Kun je tot tien tellen in het Nederlands?
terugA1
back
Ik ben om zes uur terug.
thuisA1
at home
Vandaag werk ik thuis.
tienA1
ten
Ik heb nog tien minuten.
totA1
until, up to
De winkel is open tot zes uur.
tot ziensA1
goodbye
Tot ziens, fijne dag nog!
touwA1
rope, string
Bind de doos vast met touw.
tussenA1
between
De winkel zit tussen de bank en het café.
twaalfA1
twelve
We eten om twaalf uur.
tweeA1
two
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
second
Neem de tweede straat rechts.
twintigA1
twenty
Het kost twintig euro.

