Woordenschat
14 woorden · pagina 1 van 1
paarA1
a few, pair
Ik blijf nog een paar dagen.
pakjeA1
parcel, packet
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
papierA1
paper
Schrijf het op een blaadje papier.
parapluA1
umbrella
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
parkA1
park
We wandelen graag in het park.
penA1
pen
Heb je een pen voor me?
plaatsA1
place, seat
Is deze plaats vrij?
planA2
plan
Wat is het plan voor morgen?
pleinA1
square
Op het plein is elke week markt.
plotselingA2
suddenly
Plotseling begon het te regenen.
portemonneeA1
wallet, purse
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
postzegelA1
stamp
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
preciesA2
exactly, precise
Wat bedoel je precies?
probleemA2
problem
We hebben een klein probleem.

