EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

25 woorden · pagina 1 van 1

  • maarA1

    but

    Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.

  • mailenA2

    to email

    Ik mail je de documenten vanavond.

  • makenA1

    to make

    Ik maak het eten klaar.

  • makkelijkA1

    easy

    Deze oefening is makkelijk.

  • manA1

    man

    Die man werkt in de winkel.

  • manierA2

    way, manner

    Dat is een handige manier om te oefenen.

  • meedoenA2

    to join in

    Doe je mee met de cursus?

  • meemakenA2

    to experience, to go through

    Ik heb veel meegemaakt dit jaar.

  • meenemenA2

    to bring along

    Neem je paspoort mee.

  • meerA1

    more

    Ik heb meer tijd nodig.

  • meestalA2

    usually

    Ik ga meestal met de fiets.

  • meesteA1

    most

    De meeste mensen komen met de fiets.

  • mensA1

    person, human

    Hij is een aardig mens.

  • merkenA2

    to notice

    Ik merk dat het beter gaat.

  • metA1

    with

    Ik ga met de fiets.

  • minderA1

    less, fewer

    Ik werk nu minder uren.

  • misschienA2

    maybe

    Misschien kom ik later.

  • missenA2

    to miss

    Ik heb de bus gemist.

  • moeilijkA1

    difficult

    Nederlands is soms moeilijk.

  • moetenA1

    must, to have to

    Ik moet nu weg.

  • mogelijkA2

    possible

    Is het mogelijk om later te komen?

  • mogelijkheidA2

    possibility, option

    Er is nog een andere mogelijkheid.

  • mogenA1

    may, to be allowed to

    Mag ik hier zitten?

  • mooiA1

    beautiful

    Wat een mooie foto!

  • muziekA1

    music

    Ik luister graag naar muziek.