Woordenschat
21 woorden · pagina 1 van 1
kaarsA1
candle
Op tafel brandt een kaars.
kaartA1
card; map
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
kamA1
comb
Mag ik je kam even lenen?
kansA1
chance, opportunity
Dit is een mooie kans voor jou.
kennenA1
to know (a person/thing)
Ken je die man?
kerkA1
church
De kerk staat op het plein.
kiezenA2
to choose
Je moet zelf kiezen.
kijkenA2
to look, to watch
We kijken vanavond naar een film.
kindA1
child
Het kind speelt in de tuin.
klaarA2
ready, finished
Het eten is klaar.
klaarmakenA2
to prepare, to get ready
Ik maak het eten klaar.
kleinA1
small
Mijn kamer is klein maar gezellig.
klerenA1
clothes
Ik koop nieuwe kleren.
kleurA1
colour
Welke kleur vind je mooi?
kloppenA2
to be correct; to knock
Klopt dit adres?
kokenA2
to cook
Wie kookt er vanavond?
komenA1
to come
Kom je vanavond ook?
kopenA1
to buy
Ik koop brood bij de bakker.
krantA1
newspaper
Mijn vader leest elke dag de krant.
krijgenA1
to get, to receive
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1
can, to be able to
Kun je mij helpen?

