EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

255 woorden · pagina 1 van 11

  • aanhefB1

    salutation

    Gebruik als aanhef 'Geachte heer/mevrouw'.

  • aanleidingB2

    reason, occasion

    Wat was de aanleiding voor dit besluit?

  • aanspreekpuntB1

    point of contact

    Zij is het aanspreekpunt voor nieuwe cursisten.

  • aanspreektitelB2

    form of address, title

    Gebruik in een sollicitatie de juiste aanspreektitel.

  • aanspreekvormB1

    form of address

    In een formele brief gebruik je de aanspreekvorm 'u'.

  • aanwezigheidB2

    attendance, presence

    Wij stellen uw aanwezigheid op prijs.

  • abstractieB2

    abstraction

    Op dit abstractieniveau wordt het lastig te volgen.

  • accentB2

    accent

    Je hoort nog een licht accent.

  • adresseringB2

    addressing

    Controleer de adressering voordat je verstuurt.

  • afkortingB2

    abbreviation

    Leg elke afkorting de eerste keer uit.

  • afsluitingB1

    closing, conclusion

    Als afsluiting bedank je de lezer.

  • afsluitzinB2

    closing sentence

    Een goede afsluitzin vat je verzoek samen.

  • afzeggingB2

    cancellation (of attendance)

    Na drie afzeggingen ging het feest niet door.

  • afzenderB1

    sender

    De afzender staat op de achterkant.

  • afzenderadresB1

    sender's address

    Zet je afzenderadres op de envelop.

  • akkoordverklaringB2

    statement of consent

    Stuur een akkoordverklaring per e-mail.

  • alineaB2

    paragraph

    Begin voor elk nieuw idee een alinea.

  • antwoordkaartB2

    reply card

    Stuur de antwoordkaart voor 1 juni terug.

  • argumentB2

    argument

    Dat is een sterk argument.

  • argumentatieB2

    argumentation

    Zijn argumentatie was niet overtuigend.

  • argumentatiefoutB2

    fallacy

    In dat betoog zit een duidelijke argumentatiefout.

  • articulatieB2

    articulation

    Let bij het spreekexamen op je articulatie.

  • beeldspraakB2

    figurative language

    Hij gebruikt veel beeldspraak in zijn toespraken.

  • belafspraakB2

    scheduled phone call

    We maken een belafspraak voor dinsdag.

  • beleefdB1

    polite

    Hij antwoordde kort maar beleefd.