Vocabulary
1493 words · page 35 of 60
parkeertariefB1
parking fee
Het parkeertarief in het centrum is hoog.
parkeervergunningB1
parking permit
In het centrum heb je een parkeervergunning nodig.
partnerA1
partner
Mijn partner werkt in het onderwijs.
pastaA1
pasta
Vanavond maak ik pasta.
patatA1
chips, fries
Op vrijdag eten we patat.
patiëntB1
patient
De patiënt is goed hersteld.
patiëntendossierB1
patient file
U mag uw patiëntendossier inzien.
pauzeA2
break
We hebben om twaalf uur pauze.
pechA2
breakdown; bad luck
Ik had pech met de auto onderweg.
peerA1
pear
Deze peer is heel zoet.
penA1
pen
Heb je een pen voor me?
peperA1
pepper
Doe er wat peper op.
perronA2
platform
De trein vertrekt van perron 5.
personeelA2
staff
Het restaurant zoekt nieuw personeel.
personeelsgesprekB1
staff interview
Het personeelsgesprek duurt een half uur.
personeelslidB1
staff member
Elk personeelslid krijgt een eigen pas.
pijnA1
pain
Heb je veel pijn?
pijnstillerA2
painkiller
Neem een pijnstiller tegen de hoofdpijn.
pilA2
pill
Neem één pil bij het eten.
pinbetalingA2
card payment
Alleen pinbetaling is hier mogelijk.
pindakaasA1
peanut butter
Pindakaas is populair in Nederland.
pinpasA2
debit card
Mijn pinpas werkt niet meer.
pizzaA1
pizza
Vanavond bestellen we pizza.
plaatsA1
place, seat
Is deze plaats vrij?
plafondA1
ceiling
Het plafond is net geverfd.

